De Spelregels – in het kort

Een korte samenvatting van de belangrijkste regels voor het zaalvoetbal.

Deze samenvatting is bedoeld als geheugensteuntje voor alle scheidsrechters, jeugdleiders en andere vrijwilligers die of regelmatig of incidenteel zaalvoetbalwedstrijden (bege)leiden.

De Bal

In het gehele zaalvoetbal wordt gespeeld met een zaalvoetbalbal, de zogenaamde “plofbal” (Bal nr 4, omtrek niet minder dan 62 cm en niet meer dan 64 cm.)

Het team en het aantal spelers en het wisselen

Een team bestaat uit maximaal 12 spelers, waarvan er tijdens de wedstrijd maximaal 5 in het veld mogen staan en waarvan één de doelverdediger is. De maximaal 7 wisselspelers zitten gedurende de wedstrijd, samen met de coach op de spelersbank welke aan de zijkant van het speelveld is geplaatst.

Deze bank mag alleen worden verlaten voor het wisselen van een speler. Het wisselen van een speler mag alleen plaatsvinden in de wisselzone op de eigen speelhelft. Deze zone is een gedeelte op de zijlijn tussen minimaal 5 en maximaal 10 meter vanaf de middenlijn gemeten.

Een wedstrijd moet aanvangen met tenminste 4 spelers per team, waaronder een doelverdediger.

De uitrusting van de spelers

De doelverdediger moet duidelijk te onderscheiden zijn van de overige spelers en van de scheidsrechter. De spelers mogen niets dragen dat gevaarlijk kan zijn voor hem of haarzelf of voor de overige spelers. De sportschoenen mogen niet aflaten op de vloer en in geen enkel geval mogen sportschoenen met zwarte zolen worden gedragen. Wanneer twee tegen elkaar uitkomende teams een tenue dragen wat naar het oordeel van de scheidsrechter moeilijk van elkaar is te onderscheiden, dan dient het in het programma laatstgenoemde team de uitrusting zodanig te vervangen dat het tenue goed van de tegenstander is te onderscheiden.

Begin van het spel

Het in het programma eerstgenoemde team stelt zich op links vanaf de positie van de secretaris/tijdwaarnemer gezien en nadat de scheidsrechter het beginsignaal heeft gegeven, brengt dit team de bal in het spel, door de bal in de richting van het doel van de tegenstander te verplaatsen.

Op het moment van de aftrap bevinden de tegenstanders zich op minimaal 3 meter afstand.

Uit de beginschop kan NIET rechtstreeks worden gescoord.

De bal in en uit het spel

De bal is uit het spel wanneer:

  • Deze geheel en al over de zijlijn of doellijn is gegaan. (Dat betekent dus over de buitenkant van de lijnen die het veld markeren)
  • Of wanneer de bal boven het speelveld het plafond, dakconstructiedelen of daaraan bevestigde andere constructies heeft geraakt.
  • Of wanneer de scheidsrechter het spel onderbreekt.
  • Of wanneer de secretaris/tijdwaarnemer het spel onderbreekt.

Een bal die in het spel is mag door de veldspelers op elke wijze worden gespeeld, voor zover dit geen gevaar oplevert voor de tegenstanders of voor henzelf. Het opzettelijk spelen van de bal met de arm of handen is niet toegestaan.

Voor de doelverdediger geldt hetzelfde met dien verstande dat deze de bal binnen het strafschopgebied wel met de armen of handen mag spelen, behalve wanneer de bal opzettelijk door een medespeler naar hem wordt gespeeld. Hij dient de bal dan als een veldspeler weg te werken. Wanneer de bal in het spel is kan vanuit elk punt van het speelveld een doelpunt worden gescoord.

Spelhervattingen

Alle spelhervattingen moeten binnen 4 seconden plaatsvinden. (Deze 4-seconden regel geldt ook voor de doelverdediger die de bal, komende vanaf een tegenstander binnen het strafschopgebied in de handen neemt, zodat de bal in het spel blijft, maar hij of zij dient de bal wel weer binnen 4 seconden weg te werpen.)

De tegenstanders van het team dat de bal weer in het spel moet brengen moeten zich op minimaal 5 meter afstand bevinden van het punt waar de bal weer in het spel wordt gebracht.

Een bal die over de zijlijn is gegaan wordt door middel van een intrap weer in het spel gebracht. Wordt daarbij rechtstreeks op het doel geschoten en de bal gaat geheel over de doellijn, zonder door een andere speler te zijn aangeraakt, dan is geen geldig doelpunt gescoord. De doelverdediger brengt de bal dan weer in het spel.

Na een doelworp of doeltrap of redding van de doelverdediger is het aan een medespeler NIET toegestaan om de bal terug te spelen op de doelverdediger. De doelverdediger mag de bal op eigen helft dus maar 1x aanraken. Zodra een tegenstander de bal heeft geraakt, mag hij weer een keer de bal raken. (op de helft van de tegenstander mag hij wel meespelen)

Wanneer de bal het plafond raakt boven het speelveld geeft de scheidsrechter op de zijlaan, ter hoogte van het raakpunt, een intrap.

Alle spelhervattingen als gevolg van overtredingen in het strafschopgebied, vinden plaats op de gebogen lijn die zich op 6 meter afstand van de doellijn bevindt.

Wordt de bal bij een spelhervatting rechtstreeks in het eigen doel geschoten, zonder dat de bal door een andere speler is geraakt, dan wordt geen doelpunt toegekend aan de tegenstander, maar wordt door de tegenstander een hoekschop genomen.

De taak van de scheidsrechter

De scheidsrechter ziet er op toe dat de regels in acht worden genomen en zo nee dan onderbreekt hij of zij de wedstrijd. Hij/zij geeft aan welk team de wedstrijd moet hervatten door met de gestrekte arm in de richting van het doel van de tegenstander te wijzen.

De scheidsrechter geeft alleen in noodzakelijke en voorgeschreven gevallen een fluitsignaal.

De scheidsrechter heeft de volgende machtsmiddelen:

  • Het geven van een vermaning
  • Het geven van een vrije schop of strafschop
  • Het tijdelijk verwijderen van spelers (2 minuten)
  • Het definitief verwijderen van spelers, coach en/of verzorger
  • Het tijdelijk of definitief staken van de wedstrijd.

Wanneer welk machtsmiddel toepassen

Het geven van een vermaning moet gezien worden als een corrigerende maatregel in gevallen dat de overtreding van de regels te licht is om op andere wijze te worden bestraft. Het spel dient hiervoor niet te worden onderbroken.

De scheidsrechter geeft een vrije schop of eventueel een strafschop als een speler opzettelijk een overtreding begaat op een wijze die door de scheidsrechter als onvoorzichtig, onbesuisd of met buitensporige inzet wordt beoordeeld en wel wanneer die speler:

  • Een tegenstander trapt of poogt te trappen
  • Een tegenstander doet vallen
  • Springt naar een tegenstander
  • Een tegenstander aanvalt
  • Een tegenstander slaat of poogt te slaan
  • Een tegenstander spuwt of naar hem spuwt
  • Een tegenstander vasthoudt
  • Een tegenstander duwt
  • Een tegenstander een schouderduw geeft
  • Door een sliding de bal voor de voeten van een tegenstander wegspeelt of poogt weg te spelen
  • De bal opzettelijk met de hand of arm speelt

De scheidsrechter geeft een vrije schop aan de tegenpartij, te nemen vanaf de plaats waar de overtreding plaats vond. Was die plaats binnen het strafschopgebied en de verdedigende partij maakte de overtreding, dan volgt een strafschop. Maakt de aanvallende partij een overtreding binnen het strafschopgebied van de tegenstander, dan volgt een vrije schop op de 6-meterlijn.

Met in achtneming van de 3 hierboven vermelde criteria (opzettelijk, onvoorzichtig, onbesuisd) moet de scheidsrechter ook een vrije schop aan de tegenstander toekennen op de plaats als hierboven vermeld, wanneer een speler

  • Poogt de bal te trappen, wanneer deze in het bezit is van de doelverdediger
  • Een tegenstander hindert, terwijl hij zelf de bal niet speelt
  • Spelbederf pleegt, door b.v. de bal in de tribune te trappen
  • Bij spelhervattingen talmt om de bal in bezit te krijgen
  • Zich onbehoorlijk gedraagt
  • Spelbederf pleegt door de bal onder de voet te houden zonder de bal te spelen
  • Als de doelverdediger een teruggespeelde bal binnen het strafschopgebied met de hand raakt
  • Als de doelverdediger de bal bezit en deze niet binnen 4 seconden weer in het spel brengt
  • Als de doelverdediger de bal uit de hand wegtrapt

De scheidsrechter geeft altijd een vrije schop aan de tegenpartij wanneer een speler een duidelijke overtreding begaat tegen een objectieve regel, zoals:

  • Geen 5 meter afstand houden bij een vrije schop
  • Een vrije schop niet nemen binnen 4 seconden
  • Een intrap verrichten, staande met beide voeten in het speelveld
  • Wisselen op een plaats meer dan 3 meter vanaf de middenlijn
  • Wisselspeler komt te vroeg in (te wisselen speler moet er eerst uit zijn)
  • Toegekende vrije schop wordt niet op de juiste plaats genomen, waardoor voordeel ontstaat

De plaats waar de vrije schop moet worden genomen is de plaats waar de overtreding plaats vond, wanneer het directe spelsituaties betreft, met uitzondering van het strafschopgebied, waar het spel wordt hervat op de gebogen lijn. In de andere gevallen, zoals verkeerd wisselen of onbehoorlijk gedrag van speler die niet direct bij een spelsituatie is betrokken, wordt de wedstrijd hervat op de plaats waar de bal was tijdens het onderbreken door de scheidsrechter.

Een aantal vrije schoppen gaan gepaard met een disciplinaire tijdstraf van 2 minuten voor de speler. Dit dient te gebeuren indien een speler:

  • Een niet geoorloofde sliding uitvoert
  • Een tegenstander op ruwe of gevaarlijke wijze aanvalt
  • Een tegenstander vasthoudt of duwt met de hand of arm
  • Door woord of gebaar zijn misnoegen uit over de leiding
  • Het bij herhaling opzettelijk overtreden van dezelfde spelregel
  • Het opzettelijk niet in acht nemen van de vereiste afstand bij spelhervattingen
  • Het uit balorigheid wegtrappen van de bal
  • Het plegen van spelbederf
  • Het plegen van elke handeling die een goede uitvoering van een strafschop nadelig beïnvloedt
  • Het bij herhaling foutief wisselen door hetzelfde team

Bij en strafschop moet de doelman op de doellijn staan en mag de voeten niet verplaatsen voordat de strafschop is genomen. Alle spelers, behalve degene die de strafschop neemt moeten minimaal op een afstand van 5 meter buiten de rand van het strafschopgebied staan.

De scheidsrechter gaat over tot definitieve verwijdering bij:

  • Een gewelddadige handeling of ernstig gemeen spel
  • Wangedrag t.o.v. leiding en spelers
  • Onbehoorlijk of beledigend taalgebruik
  • Bij herhaling zich schuldig maken aan onbehoorlijk gedrag
  • Het op onreglementaire wijze ontnemen van een duidelijke scoringskans aan een speler, die zich beweegt in de richting van het doel en er een duidelijke situatie is dat er een doelpunt gescoord kan worden
  • Het maken van hands door een speler in zijn eigen strafschopgebied met de bedoeling om een doelpunt te voorkomen

Een speler, coach of verzorger die definitief is verwijderd, moet de speelzaal verlaten. Een team waarvan een veldspeler is verwijderd mag na 5 minuten weer worden aangevuld. Een gestrafte speler die tijdens het uitzitten van de straftijd een overtreding van de regels begaat kan door de scheidsrechter met nogmaals 2 minuten worden gestraft, eventueel gevolgd door verwijdering. Een team waarvan een speler wordt verwijderd, (b.v. gestrafte speler die op de bank zit en zich misdraagt waarop een straf staat van definitieve verwijdering en door de scheidsrechter daarvoor wordt bestraft), mag 5 minuten na het einde van de straftijd weer worden aangevuld.

De straftijd gaat in op het moment dat de scheidsrechter het spel laat hervatten. Het hervatten van de wedstrijd mag eerst plaats vinden wanneer de gestrafte speler het veld heeft verlaten.